Interviews

Interview met schrijfster Angelique Haak

Angelique Haak is een Nederlandse thrillerschrijfster die tot nu toe al drie boeken heeft geschreven en heeft meegewerkt aan een verhalenbundel. In September is haar nieuwe boek uitgekomen namelijk; nooit meer alleen. Al sinds jongs af aan zat ze thuis te schrijven en het verlangen om een eigen boek te schrijven kwam toen Angelique Haak rond de twintig was. In dit interview leren we Angelique beter kennen en lees je hoe ze op het idee is gekomen van de Jennifer Brugman serie en waar Nooit meer alleen over gaat. Natuurlijk krijgen we ook antwoord op de vraag wie haar favoriete thriller schrijvers zijn!

Kan je iets over jezelf vertellen?

Uiteraard. Ik ben Angelique Haak, geboren te Rotterdam in 1978 met oorspronkelijk een andere achternaam die vaak verkeerd geschreven werd. Inmiddels ben ik ruim achttien jaar getrouwd met meneer Haak (van wie ik dus maar al te graag de achternaam aannam 😉), hebben we samen twee kinderen en wonen we inmiddels zestien jaar in Spijkenisse. In het dagelijks leven ben ik altijd druk met vanalles en nog wat; schrijven, lezen, knutselen en het noodzakelijk kwaad dat huishouden heet.  

Lezers kunnen me kennen van de Jennifer Brugman-serie (Een nieuw begin, Uitgeschakeld en Zwarte ziel) en de standalone ‘Nooit meer alleen’.

Is het altijd je droom geweest om schrijfster te worden?

Als kind vond ik opstel schrijven op school altijd al geweldig en ik weet nog dat ik thuis in een schriftje graag mijn eigen verhalen schreef. Maar niet met het idee om later schrijfster te worden. Het verlangen om zelf een echt boek te schrijven kwam toen ik ergens halverwege de twintig was.

Wanneer en waarom ben je begonnen met schrijven?

Zoals ik al aangaf vond ik het vroeger al heerlijk om op mijn kamer verhalen te schrijven. Hoewel ik graag buiten speelde met vriendinnetjes, had ik ook vaak de behoefte me even af te zonderen door te lezen, muziek te luisteren, te schrijven of te dagdromen. Daar was ik me toen nog niet bewust van, maar die afzondering was mijn manier om mijn batterijtje op te laden. Iets waar ik als volwassene nog altijd de behoefte aan heb tussen de drukte van het dagelijks leven door.

Toen ik van de middelbare school kwam, had ik eigenlijk geen flauw idee wat ik wilde gaan doen. Het moest iets creatiefs zijn en iets met veel vrijheid. Ik volgde een opleiding tot schoonheidsspecialiste/nagelstyliste en begon voor mezelf. Een vervelende allergie aan mijn handen gooide helaas roet in het eten en zorgde ervoor dat ik hiermee al snel moest stoppen. Het werd uiteindelijk een negen tot vijf baan, als administratief medewerkster.

Tijdens de vele metroritten naar mijn werk, verslond ik het ene boek na het andere en de drang om zelf te schrijven kwam hierdoor weer terug. In 2006 was mijn eerste manuscript een feit en ik stuurde het op naar een grote uitgever. Helaas landde maanden later de gevreesde ‘rejectionletter’ op de deurmat en het schrijven verdween weer naar de achtergrond, o.a. omdat mijn man en ik twee kindjes kregen waarmee ook chronisch slaapgebrek geboren was. In 2013 zag ik een oproepje voor een schrijfwedstrijd in de plaatselijke krant. De opdracht was ‘Schrijf een spannend verhaal’. Ik won die wedstrijd, mijn verhaal werd gepubliceerd in de krant en nu wist ik het zeker: Dat boek moest er komen!

In 2016 schreef ik uiteindelijk ‘Een nieuw begin’, waarin ik mijn liefde voor spanning én Rotterdam met elkaar combineerde en ik stuurde het weer op naar een uitgever. Deze keer geen rejectionletter, maar een positief bericht. De Crime Compagnie was enthousiast en wilde het boek graag uitgeven. En sinds die tijd kan ik mezelf wat vaker afzonderen om mijn batterijtje op te laden en kan ik dan gewoon zeggen dat ik aan het werk ben 😉

Wilde je altijd al thrillers schrijven?

Mijn liefde voor spannende verhalen begon al op de basisschool. Van mijn zakgeld kocht ik Nancy Drew-boekjes, een jeugdreeks over een jonge, vrouwelijke detective (ik heb ze nog steeds). Een aantal jaren later leende een tante, die doorhad dat ik van spannende verhalen hield, me het eerste deel uit haar Baantjer-collectie. Ik heb daarna nog regelmatig haar boekenkast geplunderd en veel van de verhalen over de Cock met cee-oo-cee-kaa verslonden. Hierna volgden de boeken van Agatha

Christie en zo ging ik uiteindelijk van de whodunits naar de thrillers. Dat is het genre dat me sindsdien altijd het meeste heeft aangesproken. Om te lezen maar ook om te schrijven dus.

Waar haal je je inspiratie vandaan om te schrijven?

Inspiratie begint met een vonkje. Er gebeurt iets in mijn omgeving dat me triggert, ik zie een nieuwsbericht dat me raakt, lees iets in een ander boek… Daarna is het kijken of het vonkje ook daadwerkelijk een vuurtje kan worden. 

Wat doe je als je vastloopt met het verhaal?

Klagen, mopperen, huilen… Vooral mijn man heeft het in zo’n periode erg zwaar 😉. Uiteindelijk zet ik altijd wel de schouders eronder en ga ik gewoon verder. Dat is ook de enige remedie. Blijven zitten en schrijven. Iets wat slecht geschreven is kun je namelijk altijd beter maken, maar een lege pagina blijft een lege pagina als je niet verder gaat…

Hoe ben je op het verhaal gekomen voor de Jennifer Brugman serie?

Ik ben opgegroeid in Rotterdam-Kralingen en als kind liep ik vaak door de Hoflaan. Dit is een van de oudste straten van Kralingen en dat voel je als je daar loopt. Het lijkt alsof de bomen er fluisteren, de Lambertuskerk op je neerkijkt en de verhalen van heel vroeger in de klinkers zijn opgeslagen. Schuin tegenover de Lambertuskerk staat een voormalig politiebureau. Niet zomaar een blok beton of een strak en modern gebouw, maar een monumentaal pand uit 1897 in de stijl van de Hollandse renaissance. Hoewel het al heel lang niet meer in functie is als politiebureau, prijkt nog altijd de blauwe gevelsteen die aangeeft dat het dat ooit was boven de houten voordeur. Ook de Lambertuskerk met de bijbehorende begraafplaats heeft me altijd geïntrigeerd. De omgeving was in deze dus het ‘vonkje’ voor mijn boeken over Jennifer Brugman.

Ben je tevreden over het eindresultaat van de Jennifer Brugman serie?

Toen ik Een nieuw begin schreef, had ik nog helemaal geen verwachtingen, alles was nieuw. Dat het boek zo goed door lezers ontvangen werd en ook nog werd genomineerd voor de Schaduwprijs was best wel overrompelend. Het was oorspronkelijk nooit mijn idee een serie te schrijven, maar uit het enthousiasme van de uitgever en de lezers is dit uiteindelijk ontstaan. Onlangs heeft de uitgever de serie in een nieuw jasje gestoken met drie hele mooie covers waarop Rotterdam prominent aanwezig is. Nu ziet het er ook echt uit als een serie en ik kan niet anders zeggen als dat ik heel trots ben op deze boeken!

Waar haal je je inspiratie vandaan voor de verschillende personages?

Personages bedenken is een van de leukste dingen van een boek schrijven. Je kunt ze namelijk van alles laten zeggen en doen, zonder dat je daar verantwoording voor af hoeft te leggen. Het is fictie. Uiteraard sluipen er soms ook wel trekjes van mezelf of anderen in mijn omgeving in sommige

Kan je iets vertellen over je nieuwe boek Nooit Meer Alleen?

Nooit meer alleen gaat over kindercoach Emma. Een vrouw die alles op de rit lijkt te hebben tót ze op een ochtend een overlijdensbericht in de krant leest. Haar middelbare schoolvriendin Sara lijkt te zijn overleden en de advertentie wordt afgesloten met drie dikgedrukte letters: NMA. Letters die samenhangen met een groot geheim uit het verleden. Emma wil per se weten wat er met haar vroegere vriendin gebeurd is, maar daarbij loopt zij het risico dat een pact dat zij en haar vrienden van de middelbare school jaren geleden sloten alsnog verbroken wordt, met alle gevolgen van dien…

Ben je tijdens het schrijven van Nooit meer Alleen ergens tegen aangelopen?

Tijdens het oorspronkelijke schrijven niet. Dit is eigenlijk het boek dat ik het snelste heb geschreven. Ik schreef het direct na Een nieuw begin, dus officieel is het mijn tweede boek, alleen vond mijn uitgeefster de eerste versie niet spannend genoeg en spraken we destijds af dat ik eerst met de Jennifer Brugman-serie verder zou gaan. Tijdens het herschrijven van Nooit meer alleen liep ik werkelijk continu tegen vanalles aan, als een blind paard in een te kleine stal. Het lastige vond ik dat het ‘frame’ van het verhaal al stond, en dat als ik ergens een moertje verwijderde, op een andere plek het geheel volledig in elkaar donderde. Er zijn wat bloed, zweet en tranen mee gepaard gegaan, maar het is goed gekomen!  

Waar moet een thriller volgens jou aan voldoen?

Ik vind dat een thriller sowieso spannend moet zijn en ervoor moet zorgen dat je steeds verder wil lezen. Dat je baalt als je iets anders moet gaan doen en niet kan wachten om het boek weer op te pakken. Dat hoeft niet perse met een hoop bloed of moord gepaard te gaan, onderhuidse psychologische spanning kan ook heel fijn zijn.

Hoeveel tijd stop je per dag in schrijven?

Dat wisselt heel erg. Er zijn dagen dat ik een paar uur per dag schrijf en er zijn dagen dat ik nog geen vijf minuten schrijf. Ik schrijf het lekkerst als ik zelf goed in mijn vel zit en er weinig zaken zijn die mijn gedachten afleiden, terwijl het schrijven juist ook weer heel erg kan helpen om me van andere zaken af te leiden. Beetje kip-ei verhaal dus, maar ik heb geen vast schema of zo.    

Hoe heb je ervoor gezorgd dat je boeken zijn uitgegeven?

Ik heb de mazzel gehad dat het met Een nieuw begin gelijk bij de eerste en enige uitgeverij die ik aanschreef raak was, dat was heel fijn. Ik heb niet met mijn manuscript hoeven leuren, hoewel het ook wel even duurde voordat ik het verlossende antwoord van de uitgeverij kreeg. Dus eigenlijk heb ik er niet heel veel voor gedaan, behalve dan een spannend boek schrijven en wat geduld hebben 😉

Hoe voel je je nadat je een boek hebt afgerond?

Dat is heel wisselend. Bij het ene boek is dat euforisch, het gevoel dat je iets waar je zo lang mee bezig bent naar tevredenheid afrondt is heel fijn. Maar bij bijvoorbeeld Nooit meer alleen was het best emotioneel. Dit kwam omdat ik het boek in een voor mij nogal verdrietige periode afrondde en het daarom een extra lading meekreeg.

Wat is jouw favoriete thriller/ auteur. Dit mogen er ook meerdere zijn.

Dit is een gevaarlijke vraag om aan mij te stellen, want als ik over boeken begin kan ik vaak niet meer ophouden, dus op voorhand sorry daarvoor.

Mijn favoriete auteur is Stephen King. Ik hou van zijn veelzijdigheid, zijn droge humor, to the point schrijfstijl en de magische manier waarop hij je laat geloven in dingen die niet kunnen. Een paar van mijn favorieten van hem zijn: IT, Carrie, Misery, Pet Sematary, 22-11-1963, The Green Mile, De Donkere Toren-serie, de Mr. Mercedes trilogie, de Buitenstaander, het Instituut en…en… laat ik het hier maar even bij houden.  

Nog een paar van mijn favoriete buitenlandse thrillerauteurs:

-Dean Koontz: zijn boeken heb ik vroeger veel gelezen. De Sadist en het Franciscus-complot van hem staan bovenaan mijn Koontz-lijst, en deze herlees ik dan ook eens in de zoveel tijd.

-Chevy Stevens: toen ik haar eerste boek ‘Vermist’ las, wist ik dat ik voortaan alles wat zij schreef moest lezen. Prachtig, heftig en meeslepend boek en ook al haar boeken daarna zijn top!

-C.J. Tudor: Van haar las ik tot nu toe de Krijtman en De terugkeer. Leuk dat zij als vrouw een man als hoofdpersoon neemt in deze boeken. Het is een beetje Stephen King meets Nicci French vind ik zelf, en die vind ik beiden top, dus win-win!

-M.J. Arlidge, de Helen Grace-serie: het duurde even voor ik in deze hype meeging, maar na Iene Miene Mutte was ik ‘hooked’. Ik merk wel dat ik de boeken (nu er zoveel delen zijn) het liefst met een flinke tussenpoos lees, omdat het anders wat ongeloofwaardig wordt…   

Ook lees ik graag boeken van Nederlandse bodem. O.a. lees ik zoveel als mogelijk de boeken van mijn Crime Compagnie collega’s, maar ook een aantal andere Nederlandse auteurs staan op de favorietenlijst. Wat hierbij wel grappig is, is dat het alle drie Rotterdamse schrijvers zijn. Ik denk dat het de Rotterdamse nuchterheid is die me aanspreekt 😉:

-Judith Visser: haar thrillers zijn altijd spannend en haar roman Zondagskind over opgroeien met autisme vind ik echt geweldig. Of je nu een ras-autist bent, er een ietsepietsie autisme in je huist, je met iemand met autisme te maken hebt, dit boek raakt door zijn openheid. Prachtig!

-Nadine Barroso (ex-schoolgenoot) schreef de prachtige thriller ‘Ken mij niet’. Een boek dat als je het gelezen hebt nog wel even aan je blijft plakken…  

-en Rotterdamse selfpubscribent Tjeerd Langstraat schreef een serie van drie thrillers over rechercheur Jan Vos. Superspannend en hier en daar een tikkeltje goor.

And last but not least: ik ben geen typische romanlezer, maar onlangs las ik de roman De Schaduw van de wind van Carlos Ruiz Safon. Dit boek stond al jaren in mijn kast maar op de een of andere manier stelde ik het lezen ervan steeds uit. Toen ik het dan na dik tien jaar eindelijk opensloeg, kon ik niet meer stoppen met lezen. Prachtig, prachtig, prachtig! Het gaat zeker geen tien jaar meer duren voor ik zijn andere boeken ook lees…


Ontzettend bedankt Angelique Haak dat je open stond voor het geven van een interview! Ben je benieuwd naar mijn recensie van Nooit Meer Alleen? Klik dan hier om hem te lezen! En neem zeker een kijkje op Angelique Haak haar website, facebook en instagram!

Leave a Reply

%d bloggers like this: